Press "Enter" to skip to content

Jelle van Baardewijk: Is bedrijfskunde in huidige vorm eigenlijk wel een universitaire studie?


In dit lange interview gaat David van Overbeek in gesprek met Jelle van Baardewijk, filosoof en auteur van het proefschrift The Moral Formation of Business Students, over hoe het gesteld is met de morele vorming van studenten bedrijfskunde in Nederland.

Het proefschrift van Jelle van Baardewijk is hier te verkrijgen.

De studie bedrijfskunde is veruit de grootste studie van het land. Duizenden ambitieuze studenten kiezen ieder jaar voor een opleiding tot bedrijfskundige, vaak met het idee om later manager of consultant te worden. De studie heeft ook een grote invloed op het karakter van de werkende bevolking. Niet alleen vanwege haar omvang, maar ook omdat persoonlijke ambities van studenten bedrijfskunde er toe leidt dat zij later vaak op toonaangevende posities terecht komen. Vanuit de samenleving wordt verwacht dat met deze invloed ook een besef van bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid gepaard gaat gaat. Echter zijn schandalen in het bedrijfsleven nog vaak in het nieuws, waarmee de discussie over het morele kompas van bestuurders en managers regelmatig weer oplaait. Het is juist op dit punt dat universiteiten hun vormende rol verzaken, meent filosoof Jelle van Baardewijk. Als laatste afslag voor het werkende leven is de universiteit in theorie een uitstekende plek om gezamenlijk over het goede leven na te denken, maar in de praktijk komt daar bar weinig van terecht. In dit interview legt hij uit waar het aan schort en wat er beter kan.

Wat is de grootste bevinding van je proefschrift?

“Als je de bedrijfskunde curricula leest vanuit het perspectief van een ethicus dan valt op dat het sterk gericht is op efficiëntie en gelddenken, maar dat bredere, maatschappelijke thema’s erg onderbelicht blijven. Denk hierbij aan zaken als ecologie, financialisering en beloning van topmannen. Typisch bedrijfskundig denken is niet een manier van denken die we associëren met maatschappelijk bewust denken. Dat wil niet zeggen dat studenten bedrijfskunde niet maatschappelijk bewust kunnen zijn. Wat mij opvalt is dat maatschappelijk bewust denken geen integrale plek heeft in het curriculum en vaak te abstract wordt aangevlogen. Hierdoor worden bedrijfskundigen te eenzijdig opgeleid.”

Studenten bedrijfskunde volgen toch ook vakken ethiek?

“Het klopt op zichzelf dat studenten bedrijfskunde ook ethische vakken volgen. De pijn van moderne morele bedrijfsethiek is echter dat het moreel kompas nog steeds lijkt te ontbreken in het bedrijfsleven, ondanks vergrote aandacht voor zaken als maatschappelijk verantwoord ondernemen. De afgelopen 30 jaar hebben we ethiek gegeven aan studenten bedrijfskunde en toch hebben we moreel dubieus gedrag en de financiële crisis niet kunnen voorkomen.”

Wat heb jij zelf ervaren als docent ethiek aan bedrijfskundestudenten?

“Wat ik merk is dat studenten in meerdere groepen uiteenvalt. Er zijn studenten die van nature geraakt worden door deze thema’s en er ook een spontanere voeling voor hebben. Maar er is ook een groep die het vak ervaart als een ‘moetje’. Zij denken misschien dat zaken doen en ethiek op gespannen voet staan met elkaar. In zekere zin begrijp ik dat ook wel als ik kijk naar wat er aan ethiek onderwezen wordt. Standaard is bijvoorbeeld daarbinnen de behandeling van de drie grote ethische systemen: utilitarisme, deontologie en deugdethiek. Het utilitarisme is in grote lijnen een ethisch systeem dat de vooronderstellingen van studenten vaak al bevestigd en ze dus niet genoeg prikkelt. Utilitarisme stelt bijvoorbeeld dat het er om draait behoeftes van mensen te bevredigen om het geluk in een samenleving te maximaliseren. Waar deze behoeftes vandaan komen en of het aanwakkeren van deze behoeftes ook gewenst is zijn vragen die daarbinnen juist te weinig wordt gesteld. De deontologie is een ethiek die misschien weer juist te veraf staat van de wereld van bedrijfskundestudenten. Als je een strikt Kantiaanse plichtsethicus wil worden, dan kan je misschien wel helemaal geen leiding meer geven of geld verdienen. Ik richt daarom de peilen op de deugdethiek – het derde ethische systeem – als een manier om zaken doen en het goede leven toch met elkaar te kunnen verbinden.”

In je proefschrift pleit je er voor om studenten een morele grondhouding – een ethos – bij te brengen. Hoe gaat dat in zijn werk?

“Ethos is een begrip uit de deugdethiek. Dat komt bij Aristoteles vandaan. Binnen dat begrip gaat het onder andere om de vraag hoe iemand naar de wereld kijkt. Hoe ervaart een bedrijfskundige de wereld? Welke interesses hebben ze? Welke series kijken ze? Hoe discussiëren ze onderling met elkaar? Het is veel breder dan alleen ethiek dus. In mijn studie probeer ik te begrijpen hoe studenten bedrijfskunde naar de wereld kijken door vooral naar de inhoud van andere vakken te kijken, en welke ethiek daar impliciet aanwezig is. Neem het vijfkrachtenmodel van Porter. Deze bedrijfseconomische theorie wordt gepresenteerd als een instrument, als iets dat niets met ethiek te maken heeft. Echter zit er wel degelijk een normativiteit opgesloten in deze theorie, namelijk: denken in termen van efficiëntie, en een bepaald idee van wat macht is. Studenten maken deze impliciete normativiteit ook soms expliciet wanneer ze zichzelf omschrijven als ‘ambitieuze probleemoplosser’. Dit doelmatige denken is dominant in de studie. Dat is op zichzelf niet verkeerd, maar eenzijdig. De keerzijde van doelmatig denken is dat automatisering en bureaucratisering er toe leidt dat mensen de verbinding met het werk verliezen. Dit is een thema wat al langer speelt in bijvoorbeeld de zorg of het onderwijs.”

Hoe ziet een goed bedrijfskundig ethos er uit?

“Een goed bedrijfskundig ethos zou meer sociologisch ingericht moeten zijn. Het moet bijvoorbeeld gaan over wat macht is, waarbij ook aandacht is voor de psychologische en historische component van macht. Ook moet er meer aandacht zijn voor casuïstiek en een meer journalistiek-achtige manier van vraagstelling, in tegenstelling tot het slechts bijbrengen van formules.”

Wat bedoel je met ‘slechts het bijbrengen van formules?’

“Dat het bedrijfskundig curriculum zo tot stand is gekomen heeft ook te maken met bredere krachten binnen de wetenschap zelf. De wetenschap wil graag neutraal onderzoek doen, maar dat is historisch gezien helemaal niet zo vanzelfsprekend. Historisch gezien heeft bedrijfskunde een zeer praktisch en ideëel component, net als andere professionele en praktische studies zoals rechten en geneeskunde. Echter, waar rechten gaat om rechtvaardigheid en geneeskunde om gezondheid heeft bedrijfskunde zich zo ontwikkelt dat ze zich voordoet als waardevrij, als neutrale observator van economische processen. Dat is problematisch omdat in die schijnbare neutraliteit wel degelijk normatieve waarden verpakt zijn. Bedrijfskundigen gaan bijvoorbeeld vooral uit van het utilitarisme: mensen hebben behoeften en die moeten bevredigt worden om het geluk van een samenleving te maximaliseren.

In The Wealth of Nations van Adam Smith komt bijvoorbeeld geen enkele formule voor. Hij geeft vooral een beschrijvende manier van argumenteren. Moderne economen denken meer in termen van formules. Ze denken technisch omdat ze in navolging van de bètawetenschapper het geheim van de natuur denken te kunnen ontsluiten door kwantitatieve analyses. Hierdoor is de kwalitatieve, journalistieke blik van de case studie meer verdrongen, terwijl die historisch gezien heel belangrijk was in de bedrijfskunde. Als subspecialisatie stond ze ook dichterbij sociologie, waardoor ze ook meer op de maatschappij betrokken was.”

Is bedrijfskunde als studie dan ontaard geraakt?

“We hebben een lange periode meegemaakt van bedrijven die steeds groter en internationaler werden. Er is een hele generatie bedrijfskundigen die de aanwezigheid van deze multinationals vooronderstelt als achtergrond om analyses op los te laten. Ze vragen zich daarbij niet meer primair af wat deze bedrijven aan het doen zijn, maar hoe de winstgevendheid kan worden vergroot. Dat we zo abstract en theoretisch zijn gaan nadenken over management is ook te verklaring vanuit die schaalvergroting zelf. Echter, dat opschaalmodel wordt de laatste tijd steeds meer bevraagd. We zien dat het model van ‘meer consumptie, meer export, meer winst’ bij een fase van het kapitalisme hoort waar we nu vraagtekens bij zetten.”

Hoe zit het dan met de rol die universiteiten hier in spelen? Die hebben toch ook een plicht om dit soort maatschappelijke vragen door te vertalen in hun onderwijs?

“We zijn geneigd om in de moderniteit te zeggen dat moraal vooral een privéaangelegenheid is. Dat geldt ook voor universiteiten. Er zijn weliswaar ethische no-go areas, maar daarbuiten denken we vooral in termen van efficiëntie en laten we morele vraagstukken thuis. Ik zet mij daar sterk tegen af. Juist de universiteit is een plek waar je collectief nog kunt beslissen welke normen belangrijk zijn. Het zou daarbij moeten gaan om het besef van een moreel kompas, het ontwikkelen van een moreel vocabulaire en waarom mensen doen wat ze doen.”

Is de studie bedrijfskunde in zijn huidige vorm eigenlijk nog wel een universitaire studie?

“De studie kan best aanspraak maken op een academisch predicaat, mits ze haar eigen normativiteit verder doorontwikkeld, net zoals rechten of geneeskunde. Het is zeker academisch om professionele, praktische studies te omarmen en deze theoretisch gebaseerd te maken. Echter heeft bedrijfskunde een probleem in vergelijking met rechten of geneeskunde omdat ze haar eigen normativiteit niet expliciet maakt. Je kan je afvragen: waar draait het om bij bedrijfskunde? Het is prima legitiem als je zegt dat het draait om winstmaximalisatie, maar dan is wel de vraag waarom je dat op de academie zou moeten doen. Trouwens, waarom zou de belastingbetaler daar aan meebetalen?”


Koop bij Bol.com


Deel dit gesprek: