Adequate opvatting van rationaliteit moet ook ruimte bieden voor wereldbeelden en zingeving

Ad Verbrugge in gesprek met Emanuel Rutten, filosoof aan de VU, over waarom de retorica – als kunst van het overtuigen – in onze tijd weer toe is aan herwaardering.

Emanuel Rutten is als filosoof altijd gefascineerd geweest door de relatie tussen schijn en werkelijkheid. In de filosofische traditie is er volgens hem lang vast gehouden aan een fundamenteel onderscheid tussen deze twee zaken. Ten onrechte, zo betoogt hij in zijn boek Het Retorische Weten. Volgens Rutten is het onderscheid namelijk niet zo hard als we vaak vooronderstellen.

Een voorbeeld is de wetenschap. Een wetenschap zoals de natuurkunde staat er op voor dat zij échte, harde kennis in huis heeft over hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. Overtuigingen van mensen of wereldbeelden vinden hierin vaak geen plaats: dat zou gegeven het relatieve karakter ervan dan namelijk weer tot het domein van de schijnkennis horen. Voor Rutten is dit te simpel. Volledige kennis over de wereld dient ook een wereldbeeld te bevatten dat recht weet te doen aan onze diepste ervaringen van mens-zijn. In zijn boek gaat hij hiernaar opzoek. Met Ad Verbrugge gaat hij hierover in gesprek.