De Ballen van de Koopman: over mannelijkheid en de Nederlandse identiteit in de Gouden Eeuw

In haar boek ‘De ballen van de koopman’ doet Dorothee Sturkenboom onderzoek naar de Nederlandse identiteit en mannelijkheid ten tijde van de Republiek. In gesprek met Ad Verbrugge vertelt ze dat ze afkomstig is vanuit genderstudies en een dergelijke analyse wilde doen. Dit bleek echter een lastige opgave. “Mannelijkheid wordt als iets vaststaands en vanzelfsprekends beschouwd, er is weinig onderzoek gedaan.” Waarom koos ze toch voor dit onderwerp?

Sturkenboom vertelt dat ze altijd over onderwerpen wil schrijven die raken aan een huidige maatschappelijke discussie. Bij aanvang van dit onderzoek was het vooral gericht op ‘de Nederlandse identiteit’, maar de blik spitste zich toe op mannelijkheid. Wat valt daarover te zeggen? Sturkenboom kijkt in haar zoektocht onder meer naar wat het buitenland over de (mannelijke) Nederlander zei: “Zelfbeelden ontstaan vaak in reactie op anderen. Als zij iets negatiefs van jou vinden, ontstaat de noodzakelijkheid er iets positiefs tegenover te stellen.” En wat blijkt? Er heerste een beeld van een eerloze koopman en de vrouw die de broek aan had. “Vrouwen waren zeer zichtbaar en dominant aanwezig in de handel van de Republiek.” Ook het beeld van de Nederlandse koopman blijkt echter ambigu te zijn.