Press "Enter" to skip to content

Arjo Klamer: Niet economisch maar cultureel beleid zou het allerbelangrijkste moeten zijn


Ad Verbrugge in gesprek met Arjo Klamer, hoogleraar economie van de kunst en cultuur, over zijn boek Doing the Right Thing en de ontheemding door neoliberaal beleid.

Volgens velen is er niet wezenlijk veel veranderd aan ons economisch systeem sinds de financiële crisis tien jaar geleden uitbrak. Niet alleen zijn er biljoenen euro’s bijgedrukt om slechte leningen van banken op te kunnen kopen, ook het wetenschappelijk economisch verklaringsmodel is niet gekanteld. Over dit achterliggende raamwerk schreef Arjo Klamer een boek. In dit gesprek met Ad Verbrugge bespreekt hij hoe de economische discipline nog steeds te veel leunt op een verouderd en eenzijdige benadering van de mens, wat de gevolgen daarvan zijn geweest en hoe het beter kan.

Achterhaalde antropologie

“We zitten momenteel in een breukvlak,” zegt Klamer. “De houdbaarheid van het neoliberale denken komt aan zijn einde.” De vraag is wat er voor in de plaats komt en wie dat gaat vormgeven. Waar in de jaren 70 nog een groot geloof in de overheid aanwezig was teneinde sociale problemen te adresseren en op te lossen is diezelfde overheid onder invloed van het vrijemarktdenken haar rol ook anders gaan zien. Het is een bekend thema: onder invloed van het in de jaren 90 populair geworden neoliberale new public governance zijn ambtenaren dezelfde taal als economen gaan gebruiken. “En door de nadruk te leggen op efficiency en prestatiebeloningen is het duidelijk dat de overheid zichzelf ook steeds meer als een bedrijf ziet, met de burger als klant.”

De neoklassieke theorieën die dit gedachtegoed gronden legitimeren zichzelf door een beroep te doen op een antropologie waarin de mens als rationeel individu wordt begrepen die rationele keuzes maakt in een omgeving van schaarste. “Dit is achterhaald. Dat was misschien ooit wel zo, maar nu is dat niet meer zo gepast. Het is belangrijker voor individuen dat we streven naar een goed leven.”

Essentiële relaties

Dit goede leven kan je volgens Klamer niet begrijpen als je de mens in zijn isolement aanschouwt. “De waarde van en goed leven zit hem vooral in de sociale sfeer. Mensen willen waarden als duurzaamheid, solidariteit, betekenis en schoonheid bijvoorbeeld realiseren, maar kunnen dan niet op zichzelf. Ze hebben relaties nodig om dit te kunnen doen.”

Voor Klamer zijn deze essentiële relaties nodig om het gedeelde goed tot stand te kunnen brengen. Dit gedeelde goed is in essentie niet verhandelbaar. Je kan het niet verkrijgen door het je toe te eigenen, maar door bij te dragen. “De grote onvrede van mensen bestaat er uit dat ze de kwaliteit van deze gedeelde goederen hebben zien afnemen. Ze vinden dat hun buurten niet meer van hen zij, dat ze niet meer lid zijn van bepaalde groepen. Het neoliberaal denken ondermijnt alle waardevolle relaties.”

Dat de overheid nu vooral naar economische groei streeft – en alle andere nastrevenswaardige zaken daaraan ondergeschikt maakt – is iets waar Klamer zich aan stoort. “Cultureel beleid zou het belangrijkste beleid moeten zijn. Door samen te bepalen waar we het allemaal voor doen met elkaar, en ons niet alleen maar te richten op economische groei en winst. Als we dat niet doen raken mensen door instrumentele uitputting verder ontheemd.”


Koop bij Bol.com


Deel dit gesprek: