Press "Enter" to skip to content

Paul Verhaeghe: Onze uitsluitingsmaatschappij is toe aan fundamentele veranderingen


Ad Verbrugge in gesprek met Paul Verhaeghe, hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse, over zijn nieuwste boek Intimiteit.

De moderne maatschappij heeft moeite om hedendaagse fenomenen en ziekteverschijnselen zoals burn-out, depressie en angst- en paniekstoornissen te begrijpen. Alhoewel er erg veel middelen zijn die de symptomen bestrijden – denk aan antidepressiva – blijkt het erg moeilijk om tot de oorzaak van het probleem door te dringen. Volgens Paul Verhaeghe komt dit doordat de mens zich opnieuw tot zichzelf moet leren verhouden. Hij schreef er een boek over, waarin opvallend genoeg wordt teruggegrepen op oude bronnen om die nieuwe zelfverhouding te begrijpen. Samen met Ad Verbrugge verkent hij in dit gesprek de thematiek van zijn werk.

Het uitgangspunt van zijn boek is dat we ten eerste een intieme verhouding met onszelf moeten kunnen uitdrukken om een intieme verhouding met iemand anders aan te kunnen gaan. Aan dat eerste schort het nog wel eens. Verhaeghe: “Een intieme verhouding met je lichaam aangaan is iets wat een mens moet leren. Dat gaat niet zomaar. Hij is daarbij sterk afhankelijk van zijn omgeving, die hij mede gebruikt om deze zelfverhouding gestalte te geven.” Die omgeving is de afgelopen tientallen jaren ontzettend snel veranderd, met name door de opkomst van beeldcultuur. “Via het scherm worden we continu blootgesteld aan prikkels van de buitenwereld die om onze aandacht vragen. Beelden komen op een veel onmiddellijkere manier binnen dan woorden. Hierdoor raken we overprikkeld.”

Nieuwe zelfverhouding

Hoe zien we dat terug in die zelfverhouding? Verhaeghe: “Waar twee generaties geleden de zelfverhouding de worsteling tussen lichaam en geest omhelsde – uitgedrukt in het onder controle krijgen van de begeertes en passies door het verstand – is dat vandaag de dag zo goed als verdwenen. In plaats daarvan hebben we een zelfverhouding die ons er op wijst dat het nooit genoeg is. Dat we altijd beter kunnen krijgen, dat ons lichaam nooit strak genoeg is. We treden effectief in concurrentie met onszelf.”

Hierdoor ontstaan nieuwe vormen van vervreemding, die onder andere voortkomen uit een “humanistisch beeld van de mens”. Deze omhelst onder andere het populaire idee dat wat de mens is mens gelijkstaat aan zijn brein, en dat hersenen op hun beurt de aansturingssystemen zijn van ons lichaam. “Ik sta kritisch tegenover dat beeld,” zegt Verhaeghe, “omdat hierin de geest los komt te staan van het lichaam en het vertrekpunt niet meer ligt bij het geheel waar de mens altijd deel van uitmaakt.”

Wij zijn niet ons brein

Tijdens een recente sabbatical stuitte Verhaeghe op een nieuw medisch veld, waar vanuit men ziekteverschijnselen probeert te verklaren in relatie tot de omgeving. “Zij zien de psyche niet als een aansturingssysteem, maar juist als onderdeel van een netwerk, waarbij het op allerlei manieren verbonden is met het lichaam.” Verhaeghe stuit hierdoor op nieuwe verklaringswijzen, zelfs voor aandoeningen als auto-immuunziekte, in relatie tot stress. “Het lichaam wordt onder aanhoudende stress eerst zwakker – daarom zijn we vatbaarder voor ziektes door stress –, maar vervolgens slaat het om in hyperimmuniteit. In die fase zien we juist auto-immuunziektes ontstaan.”

Door oog te hebben voor omgevingsfactoren kan ook een ziekte als depressie anders verklaart worden. Dit heeft verstrekkende gevolgen. Verhaeghe: “We leven in een uitsluitingsmaatschappij waar mensen moeten om kunnen gaan met continue afwijzing. Dit doen ze bijvoorbeeld door pijnstillers te slikken, waar ze vervolgens verslaafd aan raken. Dit baart mij zorgen De WHO voorspelt zelfs dat depressie straks dé nummer een ziekte wordt in de Westerse wereld. Wordt het dan niet eens tijd dat we kijken naar de manier waarop we onze samenleving inrichten zodat we niet alleen aan symptoombestrijding doen, maar echt naar de oorzaak van het probleem kunnen?”


Koop bij Bol.com