Press "Enter" to skip to content

Jaap Koelewijn: Door ING-debacle moeten we anders naar zorgplicht banken kijken


Jaap Koelewijn, hoogleraar Corporate Finance aan Nyenrode, in gesprek met Paul van Liempt over het witwas-debacle bij ING.

Er is veel te doen geweest over de boete van 775 miljoen euro die ING begin dit jaar ontving. Met name de commotie die is ontstaan rond het verwijt dat ING zijn zorgtaken als bank ondergeschikt heeft gemaakt aan haar commerciële belangen deed veel stof opwaaien. Volgens Jaap Koelewijn, hoogleraar Corporate Finance aan Nyenrode, moeten we de vraag nog anders stellen. Het gaat er volgens hem niet om of ING wel of niet haar zorgplicht is na gekomen, maar of de bank wel de aangewezen entiteit is om de oorsprong van het geld van haar klanten te achterhalen.

Anders kijken naar zorgplicht

“Het is nu zo”, zegt Koelewijn, “dat de banken onder andere wettelijk verplicht zijn om te controleren of er geen geld wordt witgewassen door klanten.” Dat klink in de theorie logisch, maar de praktijk is weerbarstiger. Niet alleen heeft de bank een zeer zwaarwegend commercieel belang dat haaks staat op deze zorgtaak, maar is het voor banken ook vaak niet te doen om verdacht geld van normaal geld te onderscheiden. “Daarnaast speelt ook een kosten aspect mee. De Rabobank heeft 1000 tot 1500 mensen in dienst die zich bezig houden met de controle op frauduleus geld. Die kosten moeten ergens worden doorberekend. Vaak bij de klant.”Hoe zou een verandering er dan uit zien? “Misschien is de fiscus of De Nederlandsche Bank wel beter in staat deze taak op zich te nemen,” zo vraagt Koelewijn zich af.

Maar er is nog een heet hangijzer in de kwestie ING. Sommigen betwijfelen namelijk of de Raad van Commissarissen hun rol wel goed hebben vervuld. “Ik vraag mij af of Jeroen van der Veer (commissaris bij ING, red.) wel genoeg op signalen van zijn omgeving heeft gelet. Uit ervaring weet ik dat het zijn van commissaris niet altijd makkelijk is, en dat je voortdurend om informatie moet vragen en aanhoudend te werk moet gaan. Dat betekent dat je ook comfortabel moet zijn met het innemen van een rol die niet altijd leuk is.”