Press "Enter" to skip to content

Eric Bartelsman: Digitale technologieën zetten traditionele baan op de helling


Paul van Liempt in gesprek met Eric Bartelsman, hoogleraar economie en directeur van het Tinbergen Instituut, over de gevolgen van productiviteitsgroei door technologisering.

Het idee dat werk een belangrijke vorm van zingeving, socialisatie en disciplinering omhelst is voor iedereen vanzelfsprekend. Door ons dagelijkse werk krijgt een mensenleven gestalte, treden we in contact met anderen en kunnen we dingen bereiken die alleen onmogelijk zijn. Ondanks dat we niet anders gewend zijn staat de centrale rol die werk in ons leven speelt toch op de helling. Door technologisering en robotisering worden sluipenderwijs steeds meer banen overbodig en kunnen steeds meer taken uitgevoerd worden door robots. Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkeling?

“Vakbonden moeten medewerkers stimuleren nieuwe gemeenschappen te vormen

Eric Bertelsman

Eric Bartelsman, hoogleraar economie en directeur van het Tinbergen instituut, kijkt er als volgt naar. “Traditioneel gezien wordt de baan aangeboden door de eigenaar van het kapitaal. De ideeën van het bedrijf en het eigendom daarvan worden zo bij elkaar gebracht. Door technologisering zien we dat bedrijven steeds meer taken uitbesteden aan derden waardoor ook de aard van de baan veranderd.” Bartelsman geeft het voorbeeld van een hotel waarvan de kamers worden schoongemaakt door derden, een online platform wordt ingeschakeld om de kamers te verkopen en de marketing wordt geoutsourcet. Deze ontwikkeling gaat alleen maar doorzetten in de toekomst. “Vakbonden moeten dan ook oog hebben voor deze ontwikkeling en hotelmedewerkers stimuleren om samen een gemeenschap te vormen die samen naar de plekken toe kunnen gaan waar het werk is.”

Productiviteitsgroei moet duurzaam

Voor Bartelsman is het daarnaast interessant om te kijken naar de gevolgen van technologische vooruitgang op de productiviteit. “Productiviteitsgroei staat namelijk aan de basis van onze welvaart. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is deze door het uitrollen van digitale technologieën niet tot stilstand gekomen, maar is ze slechts vertraagd.” Mogelijk ligt de traagheid waarmee deze technologieën de economie veranderen ten grondslag aan het feit dat mensen twijfelen over het nut van digitale innovaties.

“Mensen die tegen dit soort groei zijn hebben vaak gelijk”, zegt Bartelsman, “omdat ze inzien dat korte termijn productiviteitsstijgingen ook ten koste kunnen gaan van baten op de lange termijn.” Denk bijvoorbeeld aan de introductie van allerlei onlineplatformen zoals AirBnB en Uber. Al vrij snel na introductie hebben deze bedrijven een enorme potentialiteit ontketent die heeft gezorgd voor bedrijvigheid, maar inmiddels zijn de schaduwzijden van deze ontwikkelingen ook in zicht. “Daarom is het juist zo belangrijk dat die productiviteit duurzaam wordt gemeten.”

Data, het nieuwe goud

Centraal daarin lijkt de vraag naar eigenaarschap over data. Bartelsman: “Data, zo wordt vaak gezegd, is het nieuwe goud. Je kan het in allerlei economische processen toepassen, je kan het hergebruiken enzovoorts. Het is naast menskracht en kapitaal hét nieuwe productiemiddel. De vraag is dan ook hoe we de vruchten van deze economische activiteit moeten delen.”

Vooralsnog zijn het vooral de giganten Facebook, Google en Amazon die winsten van deze markt op monopolistische wijze binnenslepen omdat zij de eigenaar van al deze data zijn. “Maar je kan je afvragen of zij het monopolierecht op data zouden moeten hebben. Data is namelijk afkomstig van een proces: iemand die ergens iets aan het doen is en wat wordt geregistreerd. De vraag is dan: is deze data van degene die registreert, degene die geregistreerd wordt of van de omgeving waarin deze registratie plaatsvindt?” Bartelsman vindt het hoog tijd voor een fundamentele discussie over deze kwestie.